Annelieke heeft Lynch
Annelieke kreeg op haar 28ste darmkanker kreeg en op haar 38ste baarmoederkanker.
‘Mijn kijk op het leven is over het algemeen rooskleurig. Hoewel ik ook ergens de angst heb dat ik nog een keer ziek zal worden’, vertelt Annelieke. In 2012 kreeg ze de diagnose Lynch syndroom, een vorm van erfelijke darmkanker. Annelieke staat ondanks haar aandoening volop in het leven. Ze is regelmatig in het bos te vinden op haar mountainbike of met de hond. Ze werkt als intern begeleider in het speciaal onderwijs.
‘Ik stond al een tijdje onder controle bij het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis toen de diagnose werd gesteld. Tijdens een darmonderzoek werd darmkanker ontdekt. Daarna is er DNA-onderzoek gedaan en werd Lynch MSH2 vastgesteld’.
In 2022 kreeg ze vervolgens baarmoederkanker. Dit komt bij vrouwen met het Lynch syndroom vaker voor. ‘Ik was zowel bij de darmkanker als bij de baarmoederkanker jong. De artsen hadden het niet verwacht op deze leeftijd, wat kan ik dan nog meer krijgen wat de artsen niet verwachten......die gedachte maakt me soms angstig’.
‘Het is zowel fysiek als mentaal een zware tijd geweest, ik had weinig vertrouwen in mijn lichaam. Nog steeds vind ik de tijd rondom de onderzoeken best zwaar. De rest van het jaar ben ik er minder mee bezig. Ik kan het goed van me af zetten, maar er zijn ook perioden dat ik me hierin alleen voel’. Annelieke is nu de enige in haar familie met deze erfelijke darmkanker. Haar vader had ook Lynch syndroom, hij is in 2006 overleden.
Lynch syndroom is de meest voorkomende erfelijke vorm van dikke darmkanker. Naar schatting heeft 1 op de 280 mensen in de bevolking de aanleg voor Lynch syndroom. Leef jij ook met Lynch? Je bent niet alleen!
Surveillance verhoogd familierisico darmkanker kan minder belastend
Uit onderzoek blijkt dat de surveillance (opsporen van poliepen ter voorkoming van darmkanker) voor mensen met verhoogd risico op darmkanker zonder duidelijke erfelijke oorzaak, minder belastend en kosteneffectiever kan worden.
Uit het onderzoek, geleid door het Amsterdam UMC, komt naar voren dat de coloscopieën (kijkonderzoeken van de darm) kunnen worden afgewisseld met ontlastingstesten. De resultaten van het onderzoek is gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Gastroenterology.
Surveillance bestaande uit een combinatie van coloscopieën en ontlastingstesten voorkomen meer sterfgevallen door darmkanker , terwijl er minder coloscopieën nodig zijn en de kosten ook lager uitvallen in vergelijking met de huidige methode waarbij alleen coloscopieën worden ingezet.
Huidige surveillance voor mensen met een verhoogd familierisico op darmkanker
Bij familiaire darmkanker hebben familieleden van darmkankerpatiënten een verhoogd risico op het ontwikkelen van darmkanker ten opzichte van de algemene bevolking. Er is bij deze groep niet een erfelijke oorzaak gevonden zoals bij mensen met Lynch-syndroom of polyposis. Bij familiaire darmkanker hebben meerdere familieleden kanker (gehad) waardoor het risico op darmkanker binnen deze familie verhoogd is.
In Nederland heeft meer dan 2% van de bevolking in de leeftijdscategorie 45-70 jaar zo’n verhoogd familierisico op darmkanker. Momenteel wordt deze groep geadviseerd om elke vijf jaar een coloscopie te ondergaan tussen de leeftijd van 45 en 75 jaar.
In het nationale bevolkingsonderzoek worden mensen zonder verhoogd risico op darmkanker tussen de 55 en 75 jaar elke twee jaar uitgenodigd om een ontlastingstest te doen. Indien deze test positief is, worden zij doorgestuurd voor een coloscopie.
Hoewel een coloscopie gevoeliger is om darmkanker op te sporen dan een ontlastingstest, is deze ook meer belastend voor de patiënt. Ook leiden de benodigde coloscopieën voor de surveillance van mensen met een verhoogd familierisico op darmkanker tot een hoge druk op de gezondheidszorg. Dit heeft geleid tot de vraag of surveillance voor deze groep kan worden geoptimaliseerd door het gebruik van ontlastingstesten in combinatie met minder frequente coloscopieën.
Het onderzoek en de resultaten
In de studie zijn verschillende strategieën geëvalueerd met een besliskundig model om de surveillance voor mensen met een verhoogd familierisico op darmkanker te verbeteren. Hierbij werd onder andere gekeken naar het verlengen van de tijd tussen coloscopieën en het gebruik van een ontlastingstest in de periode tussen twee coloscopieën. Eén van de onderzochte strategieën bestond uit het aanbieden van een coloscopie elke tien jaar gecombineerd met elke twee jaar een ontlastingstest, vanaf de leeftijd van 40 tot 80 jaar.
De resultaten laten zien dat deze gecombineerde strategie niet alleen meer sterfgevallen door darmkanker kan voorkomen, maar ook de belasting van het aantal coloscopieën vermindert en tegelijkertijd kosten bespaard vergeleken met de huidige praktijk van elke vijf jaar een coloscopie tussen de leeftijd van 45 en 75 jaar.
Conclusie
Voor mensen met een verhoogd familierisico op darmkanker zonder erfelijke factor is de nieuwe strategie van tienjaarlijkse coloscopieën met tweejaarlijks een ontlastingstest een veelbelovende optie voor toekomstige surveillance. Deze aanpak is niet alleen effectiever in het voorkomen van darmkanker sterfgevallen, maar vermindert ook de belasting voor patiënten en verlaagt de kosten voor de gezondheidszorg.
Bron: Amsterdam UMC
DOI artikel: 10.1053/j.gastro.2024.08.025
Datum plaatsing: 16 september 2024
Onderzoek naar verband tussen voeding en verloop kanker
De Wageningen Universiteit en Research heeft in de afgelopen 10 jaar meer dan 2.000 mensen met darmkanker gevolgd in een onderzoek naar de relatie tussen voeding en darmkanker. In de studie werden voor, tijdens en na de behandeling vragen gesteld over voeding, het gebruik van voedingssupplementen en leefstijl. Alle deelnemers zijn in totaal 5 jaar gevolgd om te zien of er een verband zit tussen voeding, leefstijl en het verloop van hun ziekte.
De onderzoekers ontdekten dat mensen met darmkanker die voor de operatie een vezelrijk dieet hadden, minder ernstige complicaties ervaren na de operatie. Ze weten nog niet precies waardoor dit komt en welke vezels het meest effect hebben. Ze gaan dit nu verder onderzoeken. Daarnaast onderzoeken ze of een app mensen helpt om meer vezels te eten.
Vermoeidheid en spiervervetting
In het onderzoek kwam verder naar voeren dat mensen met langdurige vermoeidheidsklachten meer spiervervetting hadden. Er wordt nu verder onderzoek gedaan of met leefstijlcoaching de spierkwaliteit kan worden verbeterd. In de SoFIT-trial wordt gekeken naar het resultaat van leefstijlinterventie bij mensen die dikkedarm- of rectumkanker hebben gehad.
Andere opvallende resultaten uit het onderzoek zijn dat:
- Veel mensen met darmkanker minder vitamine D in hun bloed hebben. Mensen waarbij de waarden weer normaal zijn na de behandeling hebben bovendien een betere overlevingskans.
- Kanker vaker terugkeert bij mensen die foliumzuur via voedingssupplementen krijgen. De oorzaak hiervan wordt verder onderzocht.
- Magnesium uit onder andere groene bladgroenten, peulvruchten en noten mogelijk beschermend werkt tegen neuropathie door chemotherapie.
- Veel mensen voedingssupplementen gebruiken, maar dit vaak niet durven vertellen aan hun arts. Terwijl ze wel behoefte hebben aan goed advies hierover.
Op dit moment kunnen we nog geen gericht advies geven over voedingssupplementen. We raden daarom af om multivitaminen voedingspreparaten te gebruiken tijdens de behandeling. Overleg altijd met je arts over het gebruik van voedingssupplementen.
Gezond eten en bewegen belangrijk
Gezond eten, bewegen en een gezond gewicht zijn erg belangrijk voor een goed herstel. Als je ziek bent of in de herstellende fase is eiwitrijke voeding belangrijk om spierverlies tegen te gaan. Je hebt 1 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht nodig. Een diëtist kan je helpen om voldoende eiwitten te eten. In Ziekenhuis Gelderse Valei doen ze op dit moment ervaring op met het programma XtraFit. Mensen die zijn geopereerd aan darmkanker krijgen binnen dit programma extra begeleiding van een diëtist om zo fit mogelijk te zijn voor, na en tijdens hun behandeling.
Van belang is dat zorgverleners goed op de hoogte zijn van alle programma’s waar mensen met darmkanker baat bij kunnen hebben. In Wageningen gaan ze ondertussen verder onderzoeken naar verschillen tussen mensen en specifieke soorten van dikke darmkanker, zodat er in de toekomst gerichte leefstijladviezen per persoon kunnen worden gegeven.
Bron: Contactblad Lynch Polyposis juni 2024
AI kan artsen ondersteunen bij coloscopie
Voor een goede kwaliteit van het kijkonderzoek van de dikke darm (coloscopie) zijn verschillende zaken belangrijk. Een goede voorbereiding waardoor je darmen goed schoon zijn is bijvoorbeeld noodzakelijk. Daarnaast is het ook belangrijk dat de arts die de coloscopie doet, dit nauwkeuring doet. Kunstmatige intelligentie (AI) kan artsen ondersteunen bij het vinden en beoordelen van poliepen.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe AI kan helpen bij de coloscopie. Uit deze onderzoeken blijkt dat AI artsen kan helpen om poliepen te vinden. Ook kan AI worden gebruikt om te zien of een poliep goed- of kwaadaardig is of kan worden. Op dit moment kan AI dat nog niet beter dan ervaren artsen. Daarom wordt het nog niet standaard gebruikt.
In het Amsterdam UMC wordt op dit moment in de CADLY2 studie onderzocht hoe kunstmatige intelligentie kan helpen bij het vinden van poliepen bij mensen met Lynch-syndroom. Uit een eerder onderzoek bleek dat er met behulp van AI meer poliepen werden gevonden bij mensen met Lynch. Maar omdat de groep in dat onderzoek klein was, wordt er nu een groter onderzoek gedaan in meerdere Europese landen.
De inzet van kunstmatige intelligentie is altijd een aanvulling op de kennis van de artsen. Jouw arts zal altijd zelf de diagnose stellen en advies geven over wat nodig is. De kennis van artsen wordt ook gebruikt om AI beter te maken. Computersystemen leren zo steeds beter om poliepen te vinden en herkennen.
De verwachting is dat AI de komende jaren steeds verder wordt ontwikkeld. Hierdoor zal in de toekomst de kwaliteit van coloscopieën verbeteren en kunnen ze beter en sneller worden uitgevoerd.
Bron: Lynch Polyposis Contactblad juni 2024
NEOASIS studie: patiënten gezocht met een specifieke type darmkanker zonder uitzaaiingen
Voor de NEOASIS studie worden patiënten gezocht met een specifieke type darmkanker: MSI/dMMR (microsatelliet instabiel of resp.mismatch repair tumor) of MSS/pMMR-tumor (microsatelliet stabiele) ZONDER uitzaaiingen voorafgaand aan de operatie die kunnen worden behandeld met immuuntherapie. Patiënten met o.a. het Lynch-syndroom waar de zogenaamde mismatch repair eiwitten niet goed werken, kunnen deelname aan dit onderzoek. Lees hieronder bij toelichting meer over MSI en MSS tumoren.
Korte beschrijving
Patiënten met een MSI/dMMR of MSS/pMMR-tumor zonder uitzaaiingen worden voorafgaand aan de operatie behandeld met immuuntherapie.
Doel onderzoek
In deze studie wordt het toevoegen van immuuntherapie, met de onderzoeksmiddelen botensilimab en balstilimab, getest bij patiënten met een microsatelliet instabiele (MSI)/mismatch-repair deficiënte (dMMR) of microsatelliet stabiele (MSS)/mismatch-repair proficiënte (pMMR)-tumor. De immuuntherapie wordt voorafgaand aan de operatie voor het verwijderen van de tumor gegeven. Er wordt gekeken hoe veilig en effectief de combinatie van deze middelen is. Ook wordt bekeken of de kans op terugkeer van de ziekte en/of uitzaaiingen kleiner is door het geven van de immuuntherapie.
Toelichting MSI en MSS
Mismatch repair eiwitten zijn medeverantwoordelijk voor reparatie aan fouten in het DNA.
Bij patiënten met een MSI/dMMR tumor werkt dit mismatch repair systeem niet goed en wordt schade aan het DNA niet voldoende gerepareerd. Hierdoor ontstaat er een grote hoeveelheid aan fouten/mutaties in het DNA, wat maakt dat deze tumoren makkelijker herkend kunnen worden door het immuunsysteem.
Bij mensen met het Lynch-syndroom is er sprake van een darmtumor ontstaan door de genetische mutatie waardoor het mismatch repair systeem niet goed werkt.
Als de mismatch repair eiwitten (MMR) wel goed werken, dan heet de tumor proficiënt MMR (pMMR) of ‘microsatelliet stabiel’/MSS. Deze tumoren hebben relatief minder fouten in het DNA dan dMMR tumoren. Verreweg de meeste tumoren zijn mismatch repair proficiënt.
Voorwaarden
De voorwaarden voor deelname aan dit onderzoek zijn onder andere:
- Patiënten met een MSI/dMMR of MSS-tumor die operatief verwijderd kan worden.
- Patiënten hebben geen uitzaaiingen.
- Patiënten zijn 18 jaar of ouder.
- Patiënten hebben voldoende algemene lichamelijke conditie.
- Patiënten zijn of worden tijdens het onderzoek niet zwanger/geven geen borstvoeding.
- Mannelijke patiënten mogen geen kind verwekken tijdens dit onderzoek.
De arts beoordeelt aan de hand van de medische gegevens of patiënten daadwerkelijk voor dit onderzoek in aanmerking komen.
Bij dit onderzoek speelt loting geen rol.
Behandeling
Deze studie duurt ongeveer 8 weken vanaf de start van de behandeling tot en met de operatie.
Stap 1: geschiktheid
Er wordt gecontroleerd of de patiënt geschikt is voor de behandeling.
Hiervoor worden een aantal onderzoeken verricht tijdens een bezoek aan het ziekenhuis.
Stap 2:
Patiënten worden tweemaal gedurende 3 weken behandeld met immuuntherapie.
- Op dag 1 balstilimab en botensilimab
- Na 3 weken alleen met balstilimab.
Bijwerkingen
De arts bespreekt de bijwerkingen voordat de behandeling gestart wordt.
Extra belasting voor patiënt
Voor het onderzoek komt de patiënt 3 à 4 keer extra naar het ziekenhuis in ongeveer 8 weken. Er worden aanvullende onderzoeken gedaan, die soms voor extra ongemak kunnen zorgen. De extra bezoeken kosten de patiënt extra tijd.
De arts bespreekt de extra belasting met de patiënt voordat de behandeling gestart wordt.
Deelnemende ziekenhuizen
- Antoni van Leeuwenhoek (AVL)
Het kan zijn dat uw ziekenhuis niet genoemd wordt, maar wel aan het onderzoek deelneemt. Informeer hiernaar bij uw arts.
Onderzoeksgegevens
Wetenschappelijke titel:
Pan-tumor neoadjuvant immune-oncology combinations for MMR deficient and proficient tumors: a platform trial.
Of in het Nederlands: Pan-tumor neo-adjuvante basket studie met immuuntherapie voor MSI/dMMR en MSS/pMMR tumoren.
Nickname: NEOASIS
Kankersoort
- Slokdarmkanker
- Maagkanker
- Dunne darmkanker
- Baarmoederkanker
- Dikke darmkanker
- Endeldarmkanker
- Hoofdhalskanker
- Borstkanker
- Prostaatkanker
- Wekendelentumoren
Aanmelden voor deze trial
Wil je meedoen aan deze trial? Bespreek dit dan met je arts. Hij of zij kan beoordelen of je in aanmerking komt. Ook kun je inhoudelijke vragen over de trial met je arts bespreken.
Tip: Neem in elk geval de naam van de trial mee naar je arts.
Goedkeuring
Het onderzoek naar deze nieuwe behandeling is getoetst door een erkende medisch-ethische toetsingscommissie. Deze heeft geoordeeld dat het verantwoord is om de medewerking van patiënten te vragen. Voor meer informatie zie: CCMO (www.ccmo.nl)
Vermelding in trialregister:
- Trialregister (Engels): http://www.clinicaltrials.gov, NCT06279130
- EU Clinical Trials (EU CT nummer 2023-505756-21): https://euclinicaltrials.eu/search-for-clinical-trials/?lang=en&EUCT=2023-505756-21-00
Meer informatie
Nederlandse titel: Pan-tumor neo-adjuvante immunotherapie basket studie voor MSI/dMMR of MSS/pMMR tumoren.
NEOASIS-studie (Meerdere kankersoorten)
Versie 1 Datum 28-06-2024
Medicijnen: botensilimab en balstilimab
Geslacht: Man/Vrouw
Leeftijd: 18 jaar en ouder
Industriële trial: Nee
Fase trial II
Status : Open
Aantal patiënten: 146
Sponsor/verrichter: Antoni van Leeuwenhoek (AVL)
Principal Investigator (PI): Dr. M. Chalabi - Antoni van Leeuwenhoek (AVL)
Coördinator: van de Belt – Clinical Project Manager – Antoni van Leeuwenhoek
Bron: Dr. mw. M. Chalabi van het AVL
Digitale familiebrief Lynch-syndroom is beschikbaar!
Stichting Lynch Polyposis, de VSOP en het Radboudumc hebben een digitale familiebrief voor het Lynch syndroom ontwikkeld. Deze is nu in gebruik op de afdeling Klinische Genetica van het Radboudumc.
Mensen bij wie Lynch syndroom is vastgesteld, kregen tot nu toe alleen een papieren brief mee om hun familieleden te informeren.
Met de digitale familiebrief via email hopen we meer familieleden te bereiken en dat de informatie duidelijker is. Zodat familieleden begrijpen waarom ze een familiebrief krijgen en wat ze hiermee kunnen doen.
Waarom krijg je een familiebrief?
Als bij jou een erfelijke aanleg zoals het Lynch syndroom wordt gevonden, is het belangrijk dat ook jouw familieleden hierover informatie krijgen. Jouw familieleden hebben namelijk kans om ook de erfelijke aanleg voor het Lynch syndroom te hebben. De informatie die jouw klinisch geneticus (erfelijkheidsarts) meegeeft om familieleden meer uitleg te geven, wordt de familiebrief genoemd.
In de brief krijgen familieleden het advies om naar de huisarts te gaan voor een verwijzing naar de klinisch geneticus.
Meer familieleden bereiken
Toch maakt ongeveer de helft van de familieleden geen afspraak bij de klinisch geneticus. Dat is jammer omdat de klinisch geneticus uitleg kan geven over de mogelijkheden van DNA-onderzoek en controles. Met deze informatie kunnen familieleden daarna zelf beslissen of ze dit onderzoek willen laten doen. Door de digitale familiebrief hopen we dat meer mensen zich laten verwijzen naar de klinisch geneticus voor een gesprek.
Wat is nieuw?
Het is nieuw dat de informatie digitaal is, daardoor zijn de teksten overzichtelijker en is er een mogelijkheid om aanvullende informatie aan te klikken. Ook is er een link naar een filmpje. In het filmpje wordt het hele proces in beeld gebracht. Hierdoor komt de hoofdboodschap beter over: “Het is belangrijk voor familieleden om een gesprek te hebben met de klinische geneticus”. Voorlopig krijgen alleen familieleden van nieuwe patiënten met Lynch syndroom in het Radboudumc deze digitale familiebrief. Als bij de evaluatie blijkt dat een digitale familiebrief met het filmpje meerwaarde heeft, dan willen we het ook graag uitbreiden naar andere ziekenhuizen en ook voor andere (erfelijke) aandoeningen.
Meer informatie?
Zie ook onze website bij Erfelijkheidsonderzoek.
Hoe informeer ik mijn familie als ik Lynch syndroom heb?Erfelijkheidsonderzoek en DNA-test bij darmkanker
Zie de informatiebrieven over Lynch syndroom op de VKGN website
Darmverwijdering niet altijd nodig na darmkanker bij MSH6 en PMS2
Uit uitgebreid onderzoek door artsen van het Erasmus MC blijkt dat een uitgebreide darmverwijdering niet altijd nodig is bij mensen met Lynch-syndroom met de genafwijkingen MSH6 en PMS2. De huidige Landelijke richtlijn Erfelijke darmkanker adviseert voor Lynch-dragers na de diagnose darmkanker een uitgebreide darmverwijdering (darmresectie). Hierbij wordt tot nu toe geen onderscheid gemaakt tussen de onderlinge genafwijkingen. Terwijl er wel een verschil is tussen hoog risico (MLH1, MSH2 en EpCAM) en lager risicodragers (MSH6 en PMS2).
Hoog en laag risicodragers
‘Het huidige advies is gebaseerd op wetenschappelijke onderzoeken die hebben aangetoond dat na een uitgebreide darmverwijdering het risico op het ontstaan van een tweede darmkanker aanzienlijk kleiner is. Echter, deze onderzoeken zijn gebaseerd op kleine aantallen Lynch-dragers. Daarnaast zijn in deze onderzoeken de verschillende genafwijkingen niet onderling vergeleken. Dit bracht ons op het idee om een grotere studie uit te voeren met meer Lynch-dragers, waarin we het onderscheid wél zouden kunnen maken. Zo ontstond de volgende onderzoeksvraag: ‘Hebben lager risico Lynch-dragers (MSH6 en PMS2) in vergelijking met hoog risico dragers (MLH1, MSH2 en EpCAM) ook een lager risico op een tweede darmkanker? In dat geval volstaat dan mogelijk ook een gedeeltelijke darmverwijdering bij laag risico dragers. Een ingreep die minder negatieve gevolgen heeft op de kwaliteit van leven dan een uitgebreide darmverwijdering’, vertelt PhD kandidaat Ellis Eikenboom van de afdelingen Klinische Genetica en Maag, Darm- en Leverziekten (MDL) van het Erasmus MC.
‘Om een grotere onderzoekspopulatie te kunnen samenstellen, hebben we onder andere de handen ineen geslagen met de Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren (StOET)’, vult mede-eerste auteur Sarah Moen aan. Moen is als arts-onderzoeker verbonden aan de afdeling MDL van het Erasmus MC.
De onderzoekers hebben alle in StOET geregistreerde Lynch-dragers gelinkt aan de Nederlandse pathologie database (PALGA) en zo in kaart gebracht hoeveel geregistreerde Lynch-dragers darmkanker ontwikkeld hebben. Vervolgens hebben ze gekeken hoeveel Lynch-dragers met bewezen darmkanker ook een tweede darmkanker ontwikkelden en welke operaties zij hebben ondergaan: een uitgebreide of een gedeeltelijke darmverwijdering. Hierbij hebben ze ook gekeken naar het risico per genafwijking op een tweede darmkanker.
Conclusies van het onderzoek
‘Het onderzoek leverde interessante resultaten op’, vertelt Moen, ’Het risico op een tweede darmkanker verschilt niet of nauwelijks tussen MSH6 en PMS2 dragers met een gedeeltelijke darmverwijdering en MLH1, MSH2 en EpCAM dragers met een uitgebreide darmverwijdering. MLH1, MSH2 en EpCAM dragers hebben na een gedeeltelijke darmverwijdering juist wél een verhoogd risico op een tweede darmkanker.’ Eikenboom: ‘Op basis van deze onderzoeksgegevens lijkt een gedeeltelijke darmverwijdering, gevolgd door tweejaarlijkse darmcontroles van de resterende darm, voor MSH6 en PMS2 dragers een passend alternatief voor een uitgebreide darmverwijdering. Toch blijft de keuze voor een uitgebreide of gedeeltelijke darmverwijdering een individuele keuze, die per mens kan verschillen. Hopelijk kunnen de resultaten uit deze studie MDL-artsen en mensen met Lynch helpen om een goede keuze te maken.’
Bron: Metachronous colorectal cancer risk according to Lynch syndrome pathogenic variant after extensive versus partial colectomy in the Netherlands: a retrospective cohort study Ellis L. Eikenboom*, Sarah Moen*, Monique E. van Leerdam, Grigorios Papageorgiou, Michail Doukas, Pieter J. Tanis, Evelien Dekker, Anja Wagner, Manon C. W. Spaander, on behalf of the collaborative investigators from the Dutch Foundation for Detection of Hereditary Tumors†. Het onderzoek is gepubliceerd in de december 2023-editie van The Lancet Gastroenterology and Hepatology.
14 sept. 2024 De Buik Klassieker
Op 14 september 2024 gaat de Buik Klassieker (voorheen de Zuiderzeeklassieker) van de Maag Darm Lever Stichting (MLDS) weer van start. Door deel te nemen en sponsors te vinden, wordt er geld opgehaald voor onderzoek.
Vanuit Hilversum fietsen de deelnemers in 3 rondes van 40 km over hei, door bos en langs water.
Met telkens een leuke tussenstop op WERF35, de start- en finishlocatie van 2024!
Ton Bunnik, penningmeester van de Stichting Lynch Polyposis
Net als vorig jaar doet onze penningmeester Ton Bunnik ook mee aan de Buik Klassieker. Wil je hem aanmoedigen? Geef dan een donatie door op onderstaande link te klikken:
Buikklassieker.nl_fundraisers_Ton Bunnik
Doe mee!
Wil je zelf in actie komen. Kies hoeveel rondes je wilt rijden. En ga je voor de langste afstand? Dan mag je zelf nog kiezen welke ronde je een 2e keer gaat fietsen. De familieroute van 15 km hebben we ook weer uitgezet.
En WANDELEN kan dit jaar ook; 10 km!
Lees alles over inschrijven, het programma, doneren, de teams etc. etc. op De Buik Klassieker
Myriam Chalabi: "Immuuntherapie voor operatie zeer succesvol bij darmkanker"
Kortdurende immuuntherapie blijkt zeer effectief voor patiënten met een bepaalde vorm van darmkanker. De behandeling, die 4 weken in beslag nam, werd voorafgaand aan de operatie gegeven en bij bijna alle patiënten sloeg de behandeling zeer goed aan. Bij tweederde van de patiënten bleek de tumor zelfs volledig verdwenen te zijn ten tijde van de operatie. Het eigen afweersysteem heeft de kankercellen opgeruimd. Deze baanbrekende bevindingen komen voort uit de NICHE-2 studie van het Antoni van Leeuwenhoek en zijn gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.
Deelname patiënten
In de maand voorafgaand aan hun operatie kregen patiënten met darmkanker twee kuren immuuntherapie met nivolumab en ipilimumab. Bij 95% van de patiënten waren er nog maar 10% of minder van de kankercellen aanwezig op het moment van de operatie, en bij 68% waren er geen levende kankercellen meer te vinden. Hier stopt het succes niet, want minstens zo belangrijk is het feit dat tot op heden bij geen van de patiënten de kanker teruggekeerd is in de ruim twee jaar dat ze gemiddeld zijn gevolgd.
Resultaten 4 jaar geleden
De eerste aanwijzingen voor het succes werden een paar jaar geleden al snel gevonden nadat internist-oncoloog Myriam Chalabi de NICHE-studie startte. Chalabi: “We wilden onderzoeken wat immuuntherapie kan betekenen voor mensen met niet uitgezaaide darmkanker. Wij hebben toen iets meegemaakt wat vrijwel nooit gebeurt, namelijk dat álle patiënten in een studiegroep goed reageren op een nieuwe behandeling.” Vier jaar geleden publiceerde Chalabi en haar collega’s de resultaten van dit onderzoek bij de eerste 20 patiënten met dit type darmkanker. “Deze 20 patiënten met een microsatelliet-instabiele darmkanker (MSI) hadden allemaal baat bij de behandeling, zoiets hadden we nooit eerder gezien.”
Neoadjuvante immuuntherapie
Immuuntherapie voorafgaand aan de operatie heet neoadjuvante immuuntherapie. Het doel ervan is voorkomen dat kanker terugkomt of uitzaait, en, in het geval van grote tumoren, om de operatie makkelijker te maken. Het belangrijkste idee erachter is dat het afweersysteem al in aanraking komt met alle fouten in de tumor voordat deze wordt weggehaald, en daardoor effectiever gestimuleerd wordt om de kankercellen te vernietigen. |
Geen levende kankercel
Na dit succes werd de studie uitgebreid naar een grote groep patiënten om te onderzoeken of immuuntherapie ook op langere termijn uitzaaiingen kan voorkomen. De resultaten zijn dus opnieuw veelbelovend: de 111 patiënten met MSI-darmkanker die zijn behandeld reageren nagenoeg allemaal zeer goed op deze zeer korte voorbehandeling met immuuntherapie. “Deze specifieke vorm van darmkanker bevat veel fouten in het DNA, waardoor de tumorcellen gemakkelijker worden opgemerkt door het immuunsysteem. Het immuunsysteem heeft maar een kleine stimulans nodig om die tumorcellen met succes aan te vallen,” verklaart Chalabi het succes van de behandeling.
Ongekende resultaten

Chalabi: “Nu ruim twee jaar na de behandeling is de ziekte bij geen enkele patiënt teruggekomen, terwijl het grotendeels tumoren met een hoog risico waren. De resultaten zijn ongekend. Zowel het effect als ook de bijwerkingen zijn veel beter dan bijvoorbeeld chemotherapie voorafgaand aan de operatie, waarop maar 1 op de 20 patiënten reageert.”
In de kliniek
In Nederland is de onderzochte behandeling momenteel nog niet beschikbaar voor patiënten. “Deze studie is bedoeld om de behandeling beschikbaar te kunnen maken voor alle patiënten met dit type darmkanker. Eind van dit jaar hebben we de patiënten drie jaar gevolgd. Als dan het grootste deel van de patiënten nog ziektevrij is kan de nieuwe therapie als standaardbehandeling overwogen worden.”
Chalabi: “We zijn inmiddels op het punt dat we patiënten met darmkanker die goed reageren op neoadjuvante immuuntherapie in deze en vergelijkbare studies geen chemotherapie meer hoeven te geven na de operatie. De eerstvolgende en zeer belangrijke stap is om deze behandeling als standaardbehandeling beschikbaar te maken. Daar zetten we ons momenteel hard voor in. En uiteindelijk hopen we zelfs de operatie weg te kunnen laten bij patiënten die goed reageren.”
Staande ovatie
Twee jaar geleden presenteerde Chalabi de voorlopige resultaten al op een groot internationaal congres. Daar ontving zij een staande ovatie voor haar werk en het leverde haar op X (voormalig Twitter) het fenomeen van de #Chalabiplot op. Dit verwijst naar een grafiek die zij liet zien in haar presentatie waarin het indrukwekkende resultaat van de studie werd weergegeven. “Ik krijg nog steeds kippenvel als ik aan dat moment denk. De positieve emotie in de zaal was niet te missen: deze resultaten kunnen de uitkomsten van toekomstige patiënten drastisch verbeteren.”
Bron: AVL (Antoni van Leeuwenhoek).
Start darmcontroles bij Lynch-syndroom met PMS2 vanaf 35 jaar
De leeftijd om te starten met controles van de dikke darm bij mensen met het Lynch-syndroom door een verandering op het PMS2-gen is verhoogd van 25 naar 35 jaar. Uit meerdere grote onderzoeken komt naar voren dat het risico op darmkanker bij dragers van een PMS2-genmutatie lager is. Ook blijkt dat darmkanker bij een PMS2-genverandering op latere leeftijd pas ontstaat. Onder de 40 jaar komt darmkanker bij dit type Lynch zeer zelden of helemaal niet voor.
Lynch met MSH-6 genmutatie
Bij mensen met het Lynch-syndroom met MSH6-mutatie komt darmkanker en baarmoederkanker niet of nauwelijks voor onder de leeftijd van 40 jaar. Echter is het risico op kanker NIET verlaagt MSH6-genverandering.
Zoals bij PMS-2 is de officiële richtlijn voor de darm- en/of baarmoedercontroles bij MSH-6 is nog niet aangepast. Startleeftijd voor controles is bij MSH-6 vanaf 25 jaar net als bij MLH1 en MSH-2. Er wordt gewacht op de resultaten van een groot MSH6 onderzoek dat in Nederland wordt gehouden in samenwerking met de Universiteit van Melbourne in Australië. De verwachting is dat de resultaten in de loop van dit jaar bekend worden gemaakt.
Sinds 2015 meer bekend over PMS2
De huidige richtlijn is gebaseerd op onderzoek van voornamelijk families met Lynch-syndroom veroorzaakt door een verandering op het MLH1- of MSH2-gen. Doordat in deze families met dit type genmutatie vaak al op jongere leeftijd darmkanker voorkwam, waren zij bekend bij de onderzoekers.
Sinds 2015 wordt er echter breder onderzoek gedaan naar mensen van 70-jaar en jonger die darmkanker en baarmoederkanker krijgen. Hierdoor komen steeds vaker mensen in beeld met darmkanker veroorzaakt door Lynch-syndroom PMS2 en weet men meer hierover.
Risico op kanker veel lager bij PMS2
In 2018 werd er een groot Nederlands onderzoek over PMS2 gepubliceerd. Hieruit bleek dat het risico om darmkanker te krijgen onder de leeftijd van 80 jaar voor mensen met Lynch PMS2 veel lager is dan bij mensen met MLH1 en MSH2. Namelijk 12%. Uit een ander onderzoek bleek dat onder de 70-jaar het risico om darmkanker te krijgen 9% is.
Ook de kans om baarmoederkanker te ontwikkelen ligt bij vrouwen met PMS2 veel lager dan bij vrouwen met MLH1 of MSH2. Dit is respectievelijk 12% en 40 tot 50%. De kans op andere vormen van kanker, zoals bijvoorbeeld eierstokkanker is voor mensen met het PMS2 hetzelfde als de algemene bevolking, dus niet verhoogd.
Inmiddels is de startleeftijd voor darm- en baarmoedercontroles voor mensen met Lynch met een PMS2- en MSH6-mutatie in drie Europese landen al verhoogd van 25 naar 35 jaar. In Nederland wordt dus nog gewacht op het MSH6-onderzoek voordat de officiële richtlijn wordt aangepast.
Nieuw advies
In overleg met de beroepsvereniging van Klinische Genetica (VKGN) en maag-darm-leverartsen is wel besloten om de leeftijd voor mensen met een PMS2-mutatie nu al te verhogen van 25 naar 35 jaar. Dit omdat ze het onwenselijk vinden om de aanpassing uit te stellen. Aangezien de controles erg belastend zijn.
Verder adviseren ze om terughoudend te zijn met het preventief verwijderen van de baarmoeder bij vrouwen met een PMS2-mutatie. Dit omdat het risico op baarmoederkanker beperkt is. Bovendien is er ook geen noodzaak voor de verwijdering van de eierstokken, een operatie die vaak wordt gecombineerd met een operatie aan de baarmoeder.